The Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet belongs to the so-called Ponton generation. The nickname arose from its modern unit-body construction with fully integrated fenders. Today, that may sound entirely conventional, but in the mid-1950s it represented a clear departure from the separate, prewar forms seen on many earlier automobiles. No more freestanding fenders, but one cohesive, flowing shape.
The 220 S was introduced in 1956, followed shortly afterward by a coupé and cabriolet. These open and closed two-door models were by no means simple derivatives of the sedan. They featured a shorter wheelbase, were finished to a significantly more luxurious standard, and cost approximately seventy percent more than the regular four-door version. In essence, you were buying a hand-built grand tourer.
From 1958 onward, the 220 SE became available with Bosch mechanical fuel injection. The letter E stood for Einspritzung and marked the end of the carburetors used on the earlier version. Output from the 2.2-liter six-cylinder engine rose to approximately 115 horsepower, while acceleration improved as well. More importantly, the smooth six-cylinder suits the character of the car perfectly.
This particular example was built in 1960. Production ended in November of that year. Ultimately, only 1,112 examples were manufactured. This was certainly no mass-produced automobile. Every Cabriolet was built largely by hand in Sindelfingen. Body panels were individually fitted, interiors were finished with great care, and the fully folding convertible-top mechanism was considerably more complex than that of the average open car from the period. In the case of this Mercedes, that same attention to detail was later applied all over again.
This Mercedes underwent a comprehensive restoration to a very high standard. It was not merely repainted, retrimmed, and mechanically inspected, but completely disassembled. The body was stripped back to bare metal and then carefully rebuilt. The restoration is extensively documented with photographs and invoices from highly regarded specialists.
The bodywork, mechanical components, and interior were all treated with the same level of care. The wood trim fits beautifully, the chrome gives the car precisely the right amount of presence, and the interior possesses that distinctive atmosphere only a carefully finished Mercedes of this era can provide. Elegant, but never excessive. Luxurious, yet certainly not ostentatious.
This Mercedes also retains matching numbers and was restored in its original color combination. This has been confirmed using official information from Mercedes-Benz. Speaking of the color scheme, the Cabriolet’s original top was dark blue. Today, the car is fitted with a black convertible top made from high-quality mohair.
Once lowered, the top folds away neatly behind the rear seat, allowing the long, low lines of the body to be fully appreciated. Unlike many two-seat convertibles, the 220 SE also provides room for several occupants. Or for two people with more than enough luggage space for a long weekend away.
The Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet represents an important link in the marque’s postwar history. It occupies the space between the stately 300 “Adenauer” and the more modern W111 models that followed. It comes from a period in which Mercedes-Benz once again demonstrated that technical progress and classical styling could coexist beautifully.
Interested? Contact Gallery Aaldering today and discover this Mercedes-Benz for yourself. We export our vehicles worldwide; please inquire about the available possibilities.
De Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet behoort tot de zogenoemde Ponton generatie. Die bijnaam ontstond door de moderne, zelfdragende carrosserie met geïntegreerde spatborden. Tegenwoordig klinkt dat misschien vanzelfsprekend, maar halverwege de jaren vijftig betekende het een duidelijke breuk met de losse, vooroorlogse vormen van veel eerdere automobielen. Geen vrijstaande spatborden meer, maar één vloeiend geheel.
De 220 S werd in 1956 geïntroduceerd, waarna al snel een coupé en cabriolet volgden. Die open en gesloten tweedeursmodellen waren bepaald geen eenvoudige varianten van de sedan. Ze hadden een kortere wielbasis, werden aanzienlijk luxueuzer afgewerkt en kostten ongeveer zeventig procent meer dan de gewone vierdeurs versie. U kocht eigenlijk een handgebouwde grand tourer.
Vanaf 1958 werd de 220 SE leverbaar met mechanische brandstofinjectie van Bosch. De letter E stond voor Einspritzung en maakte een einde aan de carburateurs van de eerdere uitvoering. Het vermogen van de 2,2-liter zescilinder steeg naar circa 115 pk en ook de acceleratie ging erop vooruit. Belangrijker nog: de zescilinder past perfect bij het karakter van de auto.
Dit exemplaar werd in 1960 gebouwd. De productie stopte in november van dat jaar. Uiteindelijk werden er slechts 1.112 exemplaren vervaardigd. Dat is geen massaproductie. Iedere Cabriolet werd voor een groot deel met de hand gebouwd in Sindelfingen. Carrosseriedelen werden individueel passend gemaakt, interieurs zorgvuldig afgewerkt en ook de volledig neerklapbare kapconstructie was aanzienlijk complexer dan die van de gemiddelde open auto uit die periode. Bij deze Mercedes is die aandacht voor detail later nog eens volledig overgedaan.
Deze Mercedes werd uitgebreid en op hoog niveau gerestaureerd. Niet alleen opnieuw gespoten, opnieuw bekleed en technisch nagekeken, maar werkelijk volledig uit elkaar genomen. De carrosserie werd tot op het blanke metaal teruggebracht en vervolgens zorgvuldig opnieuw opgebouwd. De restauratie is uitvoerig gedocumenteerd met foto’s en facturen van gerenommeerde adressen.
De carrosserie, de techniek en het interieur zijn allemaal met dezelfde aandacht behandeld. Het houtwerk sluit fraai aan, het chroom geeft de auto precies voldoende uitstraling en het interieur heeft die typische sfeer die alleen een zorgvuldig afgewerkte Mercedes uit deze periode kan bieden. Elegant, maar niet overdreven. Luxueus, maar zeker niet schreeuwerig.
Deze Mercedes beschikt bovendien over matching numbers en werd uitgevoerd in de oorspronkelijke kleurstelling. Dit is bevestigd aan de hand van officiële informatie van Mercedes-Benz. Over de kleurstelling gesproken: De oorspronkelijke kleur van de cabrioletkap was donkerblauw. Tegenwoordig is de auto voorzien van een zwarte kap van hoogwaardig mohair.
Eenmaal geopend verdwijnt de kap netjes achter de achterbank, waardoor de lange, lage lijnen van de carrosserie volledig zichtbaar worden. In tegenstelling tot veel tweezits cabriolets biedt de 220 SE bovendien plaats aan meerdere personen. Of aan twee personen met voldoende ruimte als u een lang weekend weggaat.
De Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet vormt een belangrijke schakel in de naoorlogse geschiedenis van het merk. Hij staat tussen de statige 300 “Adenauer” en de modernere W111-modellen in die hem opvolgden. Een periode waarin Mercedes-Benz opnieuw liet zien dat technische vooruitgang en klassieke lijnen uitstekend samen konden gaan.
Heeft u interesse? Neem vandaag nog contact op met Gallery Aaldering en ontdek deze Mercedes-Benz zelf. Wij exporteren onze voertuigen wereldwijd, vraag naar de mogelijkheden.
Das Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet gehört zur sogenannten Ponton-Generation. Dieser Beiname entstand aufgrund der modernen selbsttragenden Karosserie mit vollständig integrierten Kotflügeln. Heute mag das selbstverständlich klingen, doch Mitte der 1950er-Jahre bedeutete diese Bauweise einen deutlichen Bruch mit den separaten, noch stark von der Vorkriegszeit geprägten Formen vieler früherer Automobile. Keine freistehenden Kotflügel mehr, sondern eine harmonische, fließende Einheit.
Der 220 S wurde 1956 vorgestellt, kurz darauf folgten ein Coupé und ein Cabriolet. Diese offenen und geschlossenen Zweitürer waren keineswegs bloße Ableitungen der Limousine. Sie verfügten über einen kürzeren Radstand, waren deutlich luxuriöser ausgestattet und kosteten rund siebzig Prozent mehr als die gewöhnliche viertürige Version. Im Grunde erwarb man einen handgefertigten Gran Turismo.
Ab 1958 war der 220 SE mit einer mechanischen Bosch-Benzineinspritzung erhältlich. Das E stand für Einspritzung und bedeutete das Ende der Vergaseranlage der früheren Ausführung. Die Leistung des 2,2-Liter-Sechszylinders stieg auf etwa 115 PS, und auch die Beschleunigungswerte verbesserten sich. Noch wichtiger ist jedoch, dass der kultivierte Sechszylinder perfekt zum Charakter des Fahrzeugs passt.
Dieses Exemplar wurde 1960 gebaut. Im November desselben Jahres endete die Produktion. Insgesamt entstanden lediglich 1.112 Fahrzeuge. Von einer Massenproduktion kann also keine Rede sein. Jedes Cabriolet wurde in Sindelfingen zu großen Teilen von Hand gefertigt. Karosserieteile wurden individuell angepasst, die Innenräume sorgfältig veredelt, und auch die vollständig versenkbare Verdeckkonstruktion war erheblich aufwendiger als bei einem durchschnittlichen offenen Fahrzeug jener Zeit. Bei diesem Mercedes wurde diese Liebe zum Detail im Rahmen der späteren Restaurierung noch einmal vollständig nachvollzogen.
Dieser Mercedes wurde umfassend und auf sehr hohem Niveau restauriert. Er wurde nicht lediglich neu lackiert, neu gepolstert und technisch überprüft, sondern vollständig zerlegt. Die Karosserie wurde bis auf das blanke Metall zurückgeführt und anschließend sorgfältig neu aufgebaut. Die Restaurierung ist mit zahlreichen Fotografien und Rechnungen renommierter Fachbetriebe ausführlich dokumentiert.
Karosserie, Technik und Innenraum wurden mit derselben Sorgfalt behandelt. Die Holzeinlagen passen hervorragend, die Chromdetails verleihen dem Wagen genau das richtige Maß an Präsenz, und das Interieur besitzt jene unverwechselbare Atmosphäre, die nur ein sorgfältig gefertigter Mercedes aus dieser Epoche bieten kann. Elegant, aber niemals überladen. Luxuriös, jedoch keineswegs aufdringlich.
Darüber hinaus verfügt dieser Mercedes über Matching Numbers und wurde in seiner ursprünglichen Farbkombination ausgeführt. Dies wurde anhand offizieller Informationen von Mercedes-Benz bestätigt. Apropos Farbgebung: Ursprünglich war das Cabriolet mit einem dunkelblauen Verdeck ausgestattet. Heute trägt der Wagen ein schwarzes Verdeck aus hochwertigem Mohair.
Im geöffneten Zustand verschwindet das Verdeck sauber hinter der Rücksitzbank, sodass die langen, flachen Linien der Karosserie vollständig zur Geltung kommen. Anders als viele zweisitzige Cabriolets bietet der 220 SE zudem Platz für mehrere Personen. Oder für zwei Reisende mit ausreichend Raum für das Gepäck eines verlängerten Wochenendes.
Das Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet bildet ein wichtiges Bindeglied in der Nachkriegsgeschichte der Marke. Es steht zwischen dem repräsentativen 300 „Adenauer“ und den moderneren W111-Modellen, die ihm folgten. Es entstammt einer Zeit, in der Mercedes-Benz erneut unter Beweis stellte, dass sich technischer Fortschritt und klassische Linienführung hervorragend miteinander verbinden lassen.
Haben Sie Interesse? Dann kontaktieren Sie noch heute Gallery Aaldering und entdecken Sie diesen Mercedes-Benz selbst. Wir exportieren unsere Fahrzeuge weltweit und informieren Sie gerne über die verschiedenen Möglichkeiten.
La Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet appartient à la génération dite Ponton. Ce surnom provient de sa carrosserie monocoque moderne, dont les ailes étaient entièrement intégrées. Aujourd’hui, cela peut sembler parfaitement naturel, mais au milieu des années 1950, cette conception marquait une rupture nette avec les formes séparées, encore fortement inspirées de l’avant-guerre, que l’on retrouvait sur de nombreuses automobiles plus anciennes. Fini les ailes indépendantes : la carrosserie formait désormais un ensemble fluide et cohérent.
La 220 S fut présentée en 1956, bientôt suivie d’un coupé et d’un cabriolet. Ces versions deux portes, ouvertes ou fermées, n’étaient certainement pas de simples déclinaisons de la berline. Elles reposaient sur un empattement plus court, bénéficiaient d’une finition nettement plus luxueuse et coûtaient environ soixante-dix pour cent de plus que la version quatre portes ordinaire. En réalité, l’acheteur acquérait une véritable grande routière construite à la main.
À partir de 1958, la 220 SE fut proposée avec une injection mécanique Bosch. La lettre E signifiait Einspritzung, autrement dit injection, et mettait fin aux carburateurs de la version précédente. La puissance du six-cylindres de 2,2 litres passa à environ 115 ch, tandis que les performances en accélération progressèrent également. Plus important encore, ce six-cylindres souple et raffiné correspond parfaitement au caractère de l’automobile.
Cet exemplaire fut construit en 1960. La production prit fin en novembre de cette même année. Au total, seuls 1 112 exemplaires furent fabriqués. Il ne s’agissait donc certainement pas d’une production de masse. Chaque Cabriolet était en grande partie assemblé à la main à Sindelfingen. Les éléments de carrosserie étaient ajustés individuellement, les habitacles faisaient l’objet d’une finition particulièrement soignée, et le mécanisme de capote entièrement escamotable était considérablement plus complexe que celui de la plupart des voitures ouvertes de l’époque. Sur cette Mercedes, ce même souci du détail a ensuite été entièrement reproduit lors de sa restauration.
Cette Mercedes a fait l’objet d’une restauration complète, menée à un niveau particulièrement élevé. Elle ne s’est pas limitée à une nouvelle peinture, une sellerie refaite et une révision mécanique, mais a impliqué un démontage intégral. La carrosserie a été décapée jusqu’au métal nu, puis reconstruite avec le plus grand soin. La restauration est abondamment documentée par des photographies et des factures provenant d’adresses spécialisées et reconnues.
La carrosserie, la mécanique et l’habitacle ont tous bénéficié de la même attention. Les boiseries s’ajustent avec élégance, les chromes confèrent à la voiture exactement la présence nécessaire, et l’intérieur possède cette atmosphère si particulière que seule une Mercedes soigneusement réalisée de cette époque peut offrir. Élégante, mais jamais excessive. Luxueuse, sans la moindre ostentation.
Cette Mercedes conserve en outre ses matching numbers et a été restaurée dans sa combinaison de couleurs d’origine. Cela a été confirmé à partir d’informations officielles fournies par Mercedes-Benz. À propos de la configuration chromatique, la capote d’origine du cabriolet était bleu foncé. Aujourd’hui, la voiture est équipée d’une capote noire en mohair de haute qualité.
Une fois abaissée, la capote disparaît proprement derrière la banquette arrière, laissant pleinement apparaître les lignes longues et basses de la carrosserie. Contrairement à de nombreux cabriolets biplaces, la 220 SE peut également accueillir plusieurs personnes. Ou deux occupants avec suffisamment d’espace pour partir confortablement le temps d’un long week-end.
La Mercedes-Benz 220 SE Cabriolet constitue un maillon essentiel de l’histoire d’après-guerre de la marque. Elle se situe entre la majestueuse 300 « Adenauer » et les modèles W111 plus modernes qui lui succédèrent. Elle appartient à une période durant laquelle Mercedes-Benz démontra une nouvelle fois que progrès technique et lignes classiques pouvaient s’accorder à merveille.
Vous êtes intéressé ? Contactez dès aujourd’hui Gallery Aaldering et venez découvrir cette Mercedes-Benz par vous-même. Nous exportons nos véhicules dans le monde entier ; n’hésitez pas à nous consulter pour connaître les différentes possibilités.